De overgang van school naar werk verloopt voor veel jongeren zonder grote problemen. Voor kwetsbare jongeren is dat allerminst vanzelfsprekend. Juist wanneer meerdere organisaties betrokken zijn, bestaat het risico dat verantwoordelijkheden onduidelijk worden, informatie niet goed wordt overgedragen of een jongere uit beeld raakt.
Met de Wet van school naar duurzaam werk krijgen onderwijsinstellingen, gemeenten en Doorstroompunten aanvullende verantwoordelijkheden om jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten, de overgang van school naar werk en het behoud van werk. In Regio Rijnmond betekende dit dat een groot aantal partijen samen nieuwe afspraken moest maken over begeleiding, overdracht en samenwerking.
Het Regio Rijnmond programmateam bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeenten, Doorstroompuntregio en onderwijsinstellingen heeft UPD in een vroegtijdig stadium gevraagd om de samenwerking tussen de verschillende partijen bij invoering van de wet te begeleiden.
Een regio van uitzonderlijke omvang
Regio Rijnmond kent een omvangrijk en complex onderwijslandschap. Alleen al aan de kant van het voortgezet onderwijs gaat het om 35 unieke schoolbesturen, 151 VO-locaties, 14 pro-scholen op 17 locaties en 20 VSO-scholen op 50 locaties. Daarnaast zijn mbo-instellingen, Werk & Inkomen, het Doorstroompunt en andere regionale partners betrokken.
“Door die aantallen hoor je al dat dit wezenlijk moeilijk en ingewikkeld is”, zegt Flip Erisman, als beleidsmedewerker bij Koers VO en Netwerkcoördinator PrO/VSO Rijnmond lid van het programmateam. “Wat hier goed en uitdagend aan was, is dat we met al die partijen afspraken moesten gaan maken.”
Die complexiteit maakte één vraag extra belangrijk: hoe zorg je dat al die verschillende partijen niet alleen meepraten, maar zich ook eigenaar voelen van de afspraken?
Volgens Merel Venema, Programmamanager Jeugdwerkgelegenheid Arbeidsmarktregio Rijnmond en ook lid van het programmateam, is juist dat goed gelukt. “Ik ben trots op het draagvlak vanuit alle partijen. We hebben een goede vertegenwoordiging gehad tijdens de werksessies en steeds met een vaste groep mensen kunnen werken. Ik heb echt het idee dat de samenwerkingsafspraken gedragen zijn door de professionals in onze regio.”

De reis van de jongere als gezamenlijke taal
Om de samenwerking behapbaar te maken, koos Regio Rijnmond ervoor niet vanuit de afzonderlijke organisaties te redeneren, maar vanuit de reis van de jongere. Die reis werd in eerste instantie verdeeld in zeven samenwerkingsprocessen tussen onderwijs, Werk & Inkomen en het Doorstroompunt.
Tijdens werk- en klankbordsessies brachten professionals gezamenlijk in kaart welke stappen een jongere doorloopt, waar beslis- en overdrachtsmomenten liggen, welke documenten en/of systemen nodig zijn en welke organisatie wanneer verantwoordelijk is.
“We konden laten zien hoe heel veel verschillende partijen met jongeren bezig zijn zonder dat ze het van elkaar weten”, vertelt Flip. “Ook werd zichtbaar waar dingen niet op elkaar aansluiten.”
Het zorgvuldig uitwerken daarvan kostte meer tijd dan vooraf gedacht. Achteraf ziet Merel dat juist als een belangrijke les. “Ik heb onderschat hoeveel tijd het maken van die afspraken en het in kaart brengen van het proces zou kosten. Maar ik ben heel blij dat we daar zorgvuldig de tijd voor hebben genomen.”

Van gesprekken naar gedragen afspraken
De werksessies resulteerden in een gevisualiseerde gewenste reis van de jongere. Om die reis mogelijk te maken, zijn verbeterplannen en bijbehorende samenwerkingsafspraken uitgewerkt en nieuwe hulpmiddelen ontwikkeld, waaronder menukaarten en een specifiek overdrachtsformulier voor Rijnmond. Rollen en verantwoordelijkheden werden verduidelijkt en afspraken over monitoring en evaluatie vastgelegd.
Maar misschien was een minder tastbare opbrengst minstens zo belangrijk: de partijen leerden elkaar beter kennen.
Merel: “De lijntjes zijn veel korter geworden. Het contact tussen mijn collega’s van Werk & Inkomen en de mbo-instellingen is nog nooit zo goed geweest. Dat heeft volgens mij altijd een positief effect op hoe dat voor jongeren uitpakt.”
Flip herkent dat. “We hebben met het mbo, de Doorstroompunten en de gemeenten toch hele goede afspraken kunnen maken. Dat had ik van tevoren niet gedacht. Dat is in goede harmonie gegaan en echt gericht op jongeren.”
Structuur én verbinding
UPD ondersteunde het programmateam bij het voorbereiden, begeleiden en uitwerken van de vele en verschillende bijeenkomsten. Daarbij vulden Norbert en Loïs elkaar volgens zowel Flip als Merel sterk aan.
“Loïs heeft de chaos die af en toe in mijn hoofd ontstond netjes op papier gestructureerd”, vertelt Flip. Over Norbert zegt hij: “Hij kan goed met mensen omgaan. Hij houdt rekening met gevoelens en spanning en kan dat goed begeleiden. Daarnaast hield hij ons op een vriendelijke manier bij de les.”
Merel benadrukt daarnaast de ontzorging. “We konden vanuit het programmateam het grote plaatje wat meer loslaten en zelf de inhoud in. Norbert en Loïs haalden ons steeds terug naar: waar gaat het om en wat gaan we met elkaar opleveren?”
“Ik ben echt vaak verrast”, vervolgt ze. “Dan hadden we een bijeenkomst gepland en kwamen zij al met een compleet voorstel en interactieve werkvormen. Het was altijd beter dan ik zelf had kunnen bedenken. Daardoor kon ik het ook echt loslaten.”
De echte uitdaging begint bij de uitvoering
Nu de basis staat, verschuift de aandacht naar waar het uiteindelijk om draait: de uitvoering. Flip: “We zijn heel druk bezig geweest met samenwerken, prachtige papieren en procesflows. Maar de belangrijkste vraag is uiteindelijk wat de jongere ervaart.”
Merel vult aan dat als de samenwerking goed werkt, jongeren zo min mogelijk zouden moeten merken van de grenzen tussen organisaties. “De jongeren zouden het merken als die afspraken er níét waren. Als het goed gaat, verlopen die overgangen en overdrachten soepeler en worden jongeren niet steeds van loket naar loket doorverwezen.” Op langere termijn moet dat ertoe leiden dat minder jongeren uit beeld raken of langere tijd thuis komen te zitten en meer jongeren succesvol doorstromen naar opleiding of werk.
De basis daarvoor ligt er, maar de praktijk moet nu uitwijzen hoe goed de afspraken daadwerkelijk werken. Merel is daar optimistisch over, al ziet ze ook belangrijke vragen voor de komende fase. Zo worden er op dit moment nog minder jongeren tussen onderwijs en gemeenten overgedragen dan vooraf werd verwacht. Waar dat precies aan ligt en of de gemaakte afspraken in de praktijk voldoende aansluiten, moet de komende periode duidelijk worden.
Daarom is vanaf het begin een evaluatiecyclus ingericht waarmee de regio de werking van de afspraken volgt en waar nodig kan bijsturen. “We hebben alle handvatten geboden om het goed te kunnen doen”, zegt Merel. “En we kunnen ook goed schakelen op het moment dat het niet uitpakt zoals we willen.”
Die evaluaties vormen tegelijkertijd de volgende stap in de ontwikkeling van de samenwerking. De zeven afzonderlijke samenwerkingsprocessen waren nodig om de complexe jongerenreis te ontrafelen en heldere afspraken te kunnen maken. In de dagelijkse praktijk bestaan die afzonderlijke processen echter niet: een professional ziet één jongere met één ondersteuningsvraag. De uitdaging is daarom om de stap te maken van afzonderlijke processen naar een steeds meer integrale werkwijze. Zoals Merel het verwoordt: “De hele bedoeling van de wet is dat we integraal gaan werken. We moeten nu met behulp van de evaluaties de stap maken naar: hoe pakt het uit in de praktijk?”

Fotografie: Jet ter Halle
Het netwerk verder verbreden
Een volgende uitdaging ligt bij de samenwerking tussen dit netwerk en het bedrijfsleven en de overheidsinstellingen. Voor duurzaam werk zijn werkgevers nodig die jongeren een passende plek kunnen bieden.
“Wij kunnen de afspraken in Regio Rijnmond goed op orde hebben”, zegt Flip. “Maar die leerlingen moeten ook wel een plek hebben bij bedrijven en organisaties in de maatschappij.”
Ook andere partijen komen nadrukkelijker in beeld. Zo wordt gekeken naar de rol van het UWV en naar organisaties die jongeren begeleiden, coachen of ondersteunen. De vraag is steeds: wie heeft deze jongeren in beeld en hoe verbinden we die partijen aan de gezamenlijke aanpak?
Blijven leren, verbinden en verbeteren
De belangrijkste lessen uit Rijnmond? Neem de tijd om processen en samenwerkingsafspraken zorgvuldig en sámen te ontwerpen, zorg vanaf het begin voor brede vertegenwoordiging vanuit de verschillende partners en eigenaarschap en bouw evaluatie direct in de aanpak in.
Flip voegt daar zijn eigen advies aan toe: “Je moet ook wel een beetje humor hebben, anders word je gek. Maar je moet ook de gedrevenheid houden om er echt iets van te willen maken.”
Merel benadrukt vooral het belang van blijven toetsen en aanpassen. De afspraken zijn geen eindproduct, maar een fundament waarop de regio verder bouwt.
Regio Rijnmond heeft daarmee een belangrijke stap gezet: van losse initiatieven en afzonderlijke verantwoordelijkheden naar één gezamenlijke reis van de jongere. Als de samenwerking goed werkt, hoeven jongeren die organisatiegrenzen uiteindelijk nauwelijks te merken. En misschien is dát wel het beste bewijs dat de aanpak werkt.
Veelgestelde vragen over samenwerken aan de Wet van school naar duurzaam werk
Onderwijsinstellingen, gemeenten en Doorstroompunten krijgen extra verantwoordelijkheden voor jongeren tot 27 jaar. Ze moeten samen vroegtijdig schoolverlaten voorkomen, de overgang van school naar werk begeleiden en jongeren helpen hun werk te behouden. In Regio Rijnmond betekende dit dat een groot aantal partijen nieuwe afspraken moest maken over begeleiding, overdracht en samenwerking.
Door niet vanuit de afzonderlijke organisaties te redeneren, maar vanuit de reis van de jongere. Regio Rijnmond verdeelde die reis eerst in zeven samenwerkingsprocessen tussen onderwijs, Werk & Inkomen en het Doorstroompunt. Per proces brachten professionals samen in kaart welke stappen een jongere doorloopt, waar beslis- en overdrachtsmomenten liggen en welke organisatie wanneer verantwoordelijk is.
In Regio Rijnmond leverde het een gevisualiseerde gewenste reis van de jongere op, met verbeterplannen, samenwerkingsafspraken, menukaarten en een eigen overdrachtsformulier. Rollen, verantwoordelijkheden en afspraken over monitoring en evaluatie werden vastgelegd. Minstens zo belangrijk: de partijen leerden elkaar kennen, waardoor de lijnen tussen bijvoorbeeld Werk & Inkomen en de mbo-instellingen veel korter werden.
Door vanaf het begin te zorgen voor brede vertegenwoordiging en steeds met een vaste groep professionals te werken in werk- en klankbordsessies. Neem daarbij de tijd: in Rijnmond kostte het zorgvuldig uitwerken van de afspraken meer tijd dan verwacht, maar juist daardoor zijn ze gedragen door de professionals in de regio. Een externe begeleider zoals UPD bewaakt de structuur, zodat het programmateam zich op de inhoud kan richten.
Door evaluatie direct in de aanpak in te bouwen. Regio Rijnmond richtte vanaf het begin een evaluatiecyclus in om de werking van de afspraken te volgen en bij te sturen. Die evaluaties laten bijvoorbeeld zien dat er nog minder jongeren tussen onderwijs en gemeenten worden overgedragen dan verwacht. Ze vormen ook de basis voor de volgende stap: van zeven afzonderlijke processen naar een integrale werkwijze rond één jongere met één ondersteuningsvraag.
Werk je met meerdere partijen aan één gezamenlijke opgave?

Joris denkt graag met je mee over hoe je samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en ketenpartners omzet in gedragen afspraken die in de praktijk werken. Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Telefoon: 020 – 345 3015
Email: contact@upd.nl
Wil je liever dat wij contact met jou opnemen? Vul dan onderstaand formulier in, dan nemen we contact met jou op.